huppelen
to hop
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- huppelde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gehuppeld
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Ik huppel dan meteen naar buiten en eh ga toeteren met de auto.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.