huisvesten
to house
Vormen die je tegenkomt
- huisvest
- huisvesten
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- huisvestte
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gehuisvest
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “De staat huisvest 100.000 mensen op iets meer dan 500 locaties”Uit dit artikel →
- “Het pand is beoogd voor een AZC waar de gemeente tot vijftien jaar lang vijftig alleenstaande minderjarigen wil huisvesten.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.