huisvesten
to house
Vormen die je tegenkomt
- huisvest
- huisvesten
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- huisvestte
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gehuisvest
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Zes JJI's huisvesten circa 450 jongeren, per jaar 1500 tot 2000.”Uit dit artikel →
- “Cromvoirt, Noord-Brabant, huisvest dit weekend de Solheim Cup op Bernardus Golf.”Uit dit artikel →
- “Het pand is beoogd voor een AZC waar de gemeente tot vijftien jaar lang vijftig alleenstaande minderjarigen wil huisvesten.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.