de huisarts
general practitioner
de of het?
deIn een echte zin
- “Ze is huisarts in de buurt waar ze zelf opgroeide.”Uit deze video →
- “Het heet pas een epidemie als twee weken op rij minstens 53 per 100.000 met klachten naar de huisarts gaan.”Uit dit artikel →
- “Ze is huisarts, maar je kent haar waarschijnlijk beter als de dokter van steken en prikken.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.