fietsen

to cycle

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
fietste
Voltooid deelwoord (perfectum)
gefietst
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • “De route maakt snel en prettig fietsen tussen Utrecht en Amsterdam mogelijk.”Uit dit artikel →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord