etteren
to pester
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- etterde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- geëtterd
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Die zat achter mij en die was gewoon aan het etteren en om me heen trok hij zo.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.