doorgeven
to pass on, to transmit
Vormen die je tegenkomt
- doorgaf
- doorgegeven
- doorgeven
- gaf door
- gaven door
- geeft door
- geven door
- geven het niet door
Betekenis
- to pass on
- to transmit
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- gaf door
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- doorgegeven
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Besmette muggen geven het virus door met een beet.”Uit dit artikel →
- “Het virus zit bij vogels en gewone steekmuggen kunnen het doorgeven aan mensen.”Uit dit artikel →
- “Steekmuggen nemen het op via bloed en kunnen het daarna doorgeven aan mensen.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.