doorfietsen
to continue cycling
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- fietste door
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- doorgefietst
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Demi Vollering valt op een klim, maar zij fietst door.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.