
denderen
to rush
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- denderde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gedenderd
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Arokodare denderde in minuut 23 door de defensie en maakte verdiend 1-1.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.