de deel
part
de of het?
deIn een echte zin
- “Het gaat om duizenden kinderen uit delen van Oekraïne.”Uit dit artikel →
- “Op 18–19 juli, 21–24 juli en op 22–23 en 25 augustus zijn er weer geen treinen op delen rond Rotterdam.”Uit dit artikel →
- “Hij ziet bij het grofvuil een oud schilderij met twee delen.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.