dalen
to fall, to decrease, the descent, descending, to descend
Ook gebruikt als: noun
Vormen die je tegenkomt
- daalde
- daalden
- daalt
- dalen
- dalende
- daling
- gedaald
Betekenis
- to fall
- to decrease
- the descent
- descending
- to descend
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- daalde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gedaald
- Hulpwerkwoord
- zijn
In een echte zin
- “In maart daalt de meter met 41 punten naar 80.”Uit dit artikel →
- “Bij Lobith meldt Rijkswaterstaat zeer lage standen en snelle daling deze week”Uit dit artikel →
- “Prijzen bij fabrieken dalen en mensen kopen minder”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.