buigen
to lose to, to bend, to bow
Vormen die je tegenkomt
- boog
- buigen
- buigt
Betekenis
- to lose to
- to bend
- to bow
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- boog
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gebogen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Argentinië boog dinsdag met 4 2 voor Spanje”Uit dit artikel →
- “De platen van de boog kunnen buigen.”Uit dit artikel →
- “Hij zegt dat hij niet buigt voor druk.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.