bijpraten
to brief, to update (someone), to be briefed
Vormen die je tegenkomt
- bijgepraat
- bijpraten
Betekenis
- to brief
- to update (someone)
- to be briefed
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- praatte bij
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- bijgepraat
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Staatssecretaris Bertram liet zich bijpraten en zei dat mensen van het spoor moeten afblijven.”Uit dit artikel →
- “Ik word regelmatig bijgepraat over de situatie in het noorden en het oosten van het land.”Uit deze video →
- “Het Witte Huis zegt dat Trump is bijgepraat.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.