de aarzeling

hesitation

de of het?

de

In een echte zin

  • “Hij profiteert van aarzeling in de groep en rijdt weg, op 28-jarige leeftijd zijn grootste zege.”Uit dit artikel →
  • “Hij hekelt Europese aarzeling en betwijfelt of de NAVO op tijd en krachtig zou ingrijpen.”Uit dit artikel →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord